Een slechte start

Als de tweedelijns verloskundige ziek wordt en de gynaecoloog nalaat om de supervisie aan te passen, moeten een verpleegkundige en arts-assistent samen een zware bevalling begeleiden. Dat pakt uiteindelijk slecht uit voor kleine Pim. Een reconstructie.





Jeanette van Gerven (32) is getrouwd met Jasper en verwacht haar eerste kind. Tijdens haar zwangerschap ontwikkelt ze een hoge bloeddruk. Omdat dit een groot risico voor moeder en kind betekent, wordt ze doorverwezen naar de gynaecoloog. Die besluit om de natuurlijke bevalling niet af te wachten en bepaalt een datum voor inleiding.

Halve bezetting

Die dag worden prostaglandines toegediend om de baarmoedermond rijp te maken. Jeanette gaat rustig de avond in, het CTG laat geen afwijkingen zien. De volgende ochtend worden de vliezen gebroken. Ook wordt gestart met medicatie om de weeën te stimuleren. Bij het kindje wordt geen schedelelektrode aangebracht. Een arts-assistent die nog niet lang op de afdeling werkt, begeleidt de bevalling. Supervisie gebeurt normaal gesproken door een tweedelijns verloskundige, maar die is ziek. Vervanging regelen is niet gelukt. De gynaecoloog die achterwacht heeft voor de verloskamers is hiervan op de hoogte, maar zorgt niet voor aanpassing van de bezetting.

 ‘Fraai’ CTG

 Jeanette reageert heel heftig op de stimulerende medicatie. De weeën volgen elkaar in hoog tempo op. Ook het kindje reageert op de heftige weeën. Het CTG toont vertragingen in de foetale hartfrequentie. Dit is reden om met de medicatie te stoppen. Daarop herstelt de hartslag van het kindje snel. Jeanette heeft inmiddels zes centimeter ontsluiting als de verpleegkundige aangeeft dat er misschien meconium in het vruchtwater is gekomen. Zij stelt voor om met de achterwacht te overleggen. De arts-assistent is echter zo druk met de bevalling dat hij de boodschap van de verpleegkundige onvoldoende hoort. Moeder en kind herstellen van de heftige weeën. De arts-assistent vindt het CTG er fraai uitzien en de medicatie wordt hersteld. Anderhalf uur later heeft de moeder totale ontsluiting en mag ze gaan persen. De medicatie wordt even verhoogd, maar na enige tijd gestopt omdat het hartritme van het kindje weer vertraagt. De trage hartslag herstelt maar langzaam. De verpleegkundige geeft bij de arts-assistent aan dat zij zich zorgen maakt om het trage herstel en dat het haar goed lijkt om met de supervisor te overleggen. De arts-assistent reageert verbaasd. Omdat er geen verloskundige is, had hij aangenomen dat de gynaecoloog op de achtergrond aanwezig was en ‘meekeek’.

Moeizame vacuümextractie

De gynaecoloog wordt gebeld en geïnformeerd over het suboptimale CTG. Hij komt direct en besluit tot vacuümextractie. De vacuümextractie verloopt uiterst moeizaam, het apparaat lijkt niet goed te functioneren, de juiste cup is niet aanwezig en laat meerdere keren los. Tien pogingen en 45 minuten later besluit de gynaecoloog tot een spoedsectio caesarea. Een uurtje later wordt Pim op de operatiekamer geboren. Zijn reacties tijdens de geboorte zijn beperkt. De zuurtegraad in het bloed is veel te laag, wat duidt op zuurstoftekort. Pim ontwikkelt convulsies en wordt overgeplaatst naar een academisch ziekenhuis. Pas drie maanden later mag hij naar huis. Er is op dat moment sprake van een verlamming van de rechter lichaamshelft. Hoe de geestelijke ontwikkeling zal zijn, is nog niet duidelijk.

Wat ging er mis?

Het ziekenhuis meldt de calamiteit bij de inspectie en start een intern onderzoek. De conclusies die daaruit volgen hebben vooral te maken met (gebrek aan) communicatie, bekwaamheid en afspraken. Zo had de gynaecoloog de supervisie anders moeten invullen. Voortaan moet hij voor overleg aanwezig zijn op de verloskamers als de verloskundige uitvalt. Ook waren er onduidelijkheden over de supervisie bij de arts-assistent en zijn er nu duidelijker afspraken over het moment van bellen. Bovendien was het CTG achteraf niet fraai te noemen; er was sprake van foetale nood.

Er is inmiddels een inwerkprogramma opgestart. De arts-assistent mag nu pas de verloskamers op als hij in staat is om een CTG te beoordelen, bekend is met de afspraken over supervisie en weet welke stappen nodig zijn in een spoedsituatie. Problemen ontstonden daarnaast door het niet aanbrengen van een schedelelektrode en door het grote aantal extractiepogingen. De spoedsectio had eerder moeten plaatsvinden.

Open einde

Dat het ziekenhuis nooit excuses heeft aangeboden en dat ze als ouders niet bij het onderzoek betrokken zijn geweest, vinden Jasper en Jeanette heel erg. Pas nadat ze een klacht hadden ingediend, was een gesprek met de gynaecoloog mogelijk. Dat was goed, maar veel te laat... Inmiddels is Pim vier jaar en woont hij bij zijn ouders thuis. De impact op het leven van Jeanette en Jasper is enorm. Jeanette is minder gaan werken om voor Pim te zorgen. Hij is vaak ziek, is al zes keer opgenomen en heeft een paar keer in de week fysiotherapie. Jasper en Jeanette hebben de woning beneden laten aanpassen, omdat de trap op straks te lastig wordt. Pim zal nooit kunnen lopen, is de verwachting. Ook het toekomstbeeld van het stel is compleet veranderd. Jeanette en Jasper durven fysiek en emotioneel geen tweede kindje aan, terwijl ze dat altijd wel graag wilden. Hoe de toekomst er voor Pim uitziet, blijft voorlopig onzeker. Kunnen zijn ouders de zorg nog aan als hij groter wordt? Gaat hij buitenshuis onder begeleiding wonen of misschien wel in een verpleeghuis? Intussen zijn de ouders druk met aanvragen, indicatiestellingen, administratieve rompslomp en deskundigen. En steeds weer moet verantwoording worden afgelegd voor uitgaven. Een finale kwijting zou alle partijen rust geven, maar de onzekerheden zijn groot. Hoe is de zorg over tig jaar geregeld? Is er dan nog een potje voor sociale zorg? En welke ontwikkeling is nog mogelijk voor Pim? Dat laatste zal pas duidelijk zijn als hij een jaar of twintig is. En zelfs dan willen zijn ouders wellicht niet riskeren dat Pim op een dag alleen staat, zonder betaalde zorg. En dus kiezen zij voor een open einde. MediRisk en de ouders van Pim blijven met elkaar verbonden.

 

Bron: Alert juli 2015

Wilt u de andere artikelen uit deze Alert lezen? U vindt deze Alert en andere jaargangen in onze kennisbank.

> Kennisbank: Ledenmagazine Alert

Contact met MediRisk

Hebt u vragen? Neem dan gerust contact met ons op: