Claimreconstructie

Ook in de gezondheidszorg zit het ongeluk soms in een klein hoekje. Reconstructie van medische claims laat zien hoe het heel soms onbedoeld misgaat. Met grote impact voor patiënt en zorgverlener.

Zuurstofgebrek bij geboorte

In het voorjaar van 2010 wordt Marlou geboren, het eerste kind van Marieke en John. De bevalling verloopt moeizaam en dat heeft, zo blijkt, blijvende gevolgen voor de gezondheid van Marlou. De ouders dienen een claim in, omdat zij vinden dat er tijdens de bevalling fouten zijn gemaakt. Wat volgt is een lang en emotioneel proces, voor zowel de ouders als de betrokken zorgverleners.

Reconstructie

De dag voor de bevalling wordt Marieke met acute buikpijn in het ziekenhuis opgenomen. Ze krijgt pijnstilling en heeft twee centimeter ontsluiting. ’s Avonds zijn geen contracties meer voelbaar, maar Marieke heeft een onrustige nacht. De volgende ochtend worden de vliezen gebroken en krijgt Marieke een wee-opwekkend middel. Vanaf twee uur ’s middags constateert de arts-assistent in toenemende mate kleine afwijkingen in het hartritme van de ongeboren baby en om half vier besluit hij de achterwacht op te roepen. Om vier uur wordt Marlou geboren. Ze is in slechte conditie. Ze moet ondersteund worden bij de ademhaling, reageert nauwelijks en wordt overgebracht naar een gespecialiseerd centrum.

Verwijt

Marieke en John verwijten het ziekenhuis dat er eerder in de middag bloedonderzoek had moeten plaatsvinden bij de ongeboren baby. Bovendien vinden zij dat het verloskundig team vanaf drie uur alerter had moeten reageren. Volgens de ouders waren de teamleden niet goed op elkaar ingespeeld en wachtte de arts-assistent te lang met het bellen van de achterwacht. Ze schakelen een belangenbehartiger in die namens de ouders een claim indient bij het ziekenhuis.

‘Met de wetenschap van achteraf’

De medisch adviseur van MediRisk verdiept zich in de casus. Hij oordeelt dat de waarden van de hartfrequenties binnen de marge waren en dat daarom geen aanvullend onderzoek nodig was. Dit verwijt wordt daarom niet erkend. Wel concludeert de medisch adviseur, met de wetenschap van achteraf, dat de achterwacht eerder ingeschakeld had moeten worden. De toevoeging ‘met de wetenschap van achteraf’ maakt het lastig om te bepalen of er sprake was van onzorgvuldig handelen. Samen met de ouders en de belangenbehartiger wordt daarom besloten zich te wenden tot een externe deskundige. Discussie over wie die deskundige zou moeten zijn neemt veel tijd in beslag, omdat in dit soort situaties bij ouders nog wel eens het idee ontstaat dat de deskundige, uit hetzelfde vakgebied, geen objectief oordeel kan geven. Pas na vijftien maanden bepaalt de deskundige, aan de hand van expertiseonderzoek, dat de achterwacht eerder ingeroepen had moeten worden. Pas dan kan gestart worden met het vaststellen van de schade. Marlou is inmiddels drie jaar oud.

Schadebepaling

De schadeafwikkeling in dit soort situaties is over het algemeen een complex en langdurig proces. Marlou is door zuurstofgebrek meervoudig gehandicapt. Ze zal haar verdere leven volledig afhankelijk zijn van de zorg van haar ouders en van professionele zorgverleners. In de praktijk nemen de ouders in de beginjaren vaak de volledige verzorging op zich, tot het moment dat het hen ‘te veel’ wordt. Dan neemt een dag- of avondinstelling de verzorging meestal op zich. De kosten daarvoor worden vaak vergoed vanuit de Wet langdurige zorg. Om te bepalen hoe de ouders van Marlou gecompenseerd moeten worden - met andere woorden: wat de ‘vergoedbare schade’ is - wordt gekeken naar de extra zorg die Marlou nodig heeft vergeleken met een gezond kind van dezelfde leeftijd.
Een ander belangrijk element in de schadebepaling is het verlies van arbeidsvermogen; Marlou zal door haar beperkingen nooit kunnen werken. Het is vanzelfsprekend heel moeilijk om te reconstrueren wat haar toekomstperspectief was geweest bij een normaal verlopen bevalling. Er zijn immers heel veel aspecten van invloed op de uiteindelijke carrièrekansen van een schoolgaand kind, die geen relatie hebben met de geboorte van het kind. Dit is doorgaans een lastig punt in de schadevaststelling. Of partijen komen hier samen uit, of de rechter stelt de schade vast.

Geen glazen bol

Marlou is inmiddels zeven jaar en heeft al meerdere malen in het ziekenhuis gelegen. Drie dagen in de week verblijft ze op een dagopvang, de overige dagen zorgt haar moeder voor haar. Het gezin is inmiddels verhuisd naar een gelijkvloerse woning, dichter bij de opvanglocatie, en heeft een speciale auto aangeschaft waarin ze Marlou met haar rolstoel goed kunnen vervoeren. De toekomst laat zich lastig voorspellen. Wat als de conditie van Marlou verslechtert? Kan haar moeder dan nog vier dagen per week voor haar zorgen? Is er dan andere opvang nodig? Zijn er te zijner tijd nieuwe behandelingen waarvoor Marlou in aanmerking komt? Tijdens de ontwikkeling van Marlou wordt de schadebepaling elke keer opnieuw bekeken en afgestemd op wat zij op dat moment aan zorg nodig heeft. Om die reden is de afwikkeling van de schade in dit soort gevallen een langdurige en complexe opgave. Eén van de langst lopende zaken duurde uiteindelijk bijna 25 jaar, waarbij de schadevergoeding werd vastgesteld op ruim € 1,2 miljoen.

Deze claimreconstructie is gebaseerd op een combinatie van vergelijkbare claims en is eerder gepubliceerd in Alert maart 2018. De namen in deze reconstructie zijn gefingeerd.

Dit artikel delen:
Share op Whatsapp Share op Facebook Share op Twitter Share op LinkedIn Stuur via email
fetus medirisk
De historie van ruim 23.000 claims die MediRisk behandelde sinds 1992 levert een schat aan informatie over risicospecialismen en –ingrepen. Op basis hiervan adviseert en ondersteunt MediRisk de aangesloten ziekenhuizen met gerichte en effectieve preventieprogramma’s.

Contact met MediRisk

Hebt u vragen? Neem dan gerust contact met ons op: