Schadevergoeding

Wanneer heeft een patiënt of andere gedupeerde recht op schadevergoeding? Uitgangspunt in het Burgerlijk Wetboek is dat een ieder zijn eigen schade draagt, tenzij hij of zij daarvoor een ander aansprakelijk kan houden.

De centrale vraag is: heeft de zorgverlener anders gehandeld dan hij bij de behandeling had móeten doen? Is het antwoord 'ja', dan beoordeelt MediRisk of de patiënt schade heeft geleden. Vervolgens moet worden vastgesteld of die schade voortvloeit uit onzorgvuldig handelen van de betrokken zorgverlener(s). Bij eigen risico dienen de ziekenhuizen dit zelf te beoordelen. 

In een notendop het wettelijke ‘recept’ voor aansprakelijkheid:

  • de hulpverlener en/of instelling moet onzorgvuldig hebben gehandeld
  • de patiënt moet daadwerkelijk schade hebben geleden
  • de patiënt moet aantonen dat de schade is veroorzaakt door dit onzorgvuldig handelen (causaal verband)
  • het bewijs moet dus door de patiënt worden geleverd. De hulpverlener heeft echter wel een ophelderingsplicht.

Onzorgvuldig handelen

Of een zorgverlener onzorgvuldig heeft gehandeld, wordt beoordeeld aan de hand van het criterium van de ‘redelijk bekwaam handelend vakgenoot’. Een handelen of nalaten is pas onzorgvuldig als een redelijk bekwaam handelend vakgenoot onder dezelfde omstandigheden anders had kunnen of moeten handelen. Fout gegaan is nog niet fout gedaan.

Ondanks alle voorzorgen kunnen bijvoorbeeld complicaties optreden zoals infecties en bloedingen die het behandelresultaat vaak ernstig nadelig beïnvloeden. Dit zijn onvoorziene en niet te vermijden omstandigheden. Er is pas sprake van een medische fout als een zorgverlener verwijtbaar onvoldoende inspanning heeft geleverd.

 

Schade

De patiënt moet ook daadwerkelijk in geld waardeerbare schade hebben geleden. Deze kan bestaan uit materiële schade, kosten die een patiënt werkelijk moet maken, bijvoorbeeld kosten van huishoudelijke hulp, medische hulpmiddelen, vermindering van inkomen of andere kosten die niet door andere verzekeringen worden vergoed. Ook het aangedane leed kan als schade worden gezien en in geld worden uitgedrukt. In dit geval is sprake van immateriële schade en de vergoeding wordt ook wel smartegeld genoemd. Vooralsnog heeft in beginsel alleen de patiënt recht op immateriële schade.

 

Causaal verband

Het is vaak niet eenvoudig om voldoende aannemelijk te maken dat de opgetreden schade het directe gevolg is van het onzorgvuldig handelen van de betrokken zorgverlener(s). Fout gegaan wil niet altijd zeggen dat het ook fout is gedaan. Beoordeeld moet worden of de gezondheidstoestand door de onzorgvuldige behandeling negatief is beïnvloed en zo ja in welke omvang. Het gaat er altijd om of en in hoeverre de ziekte of het letsel bij een juiste behandeling wél volledig zou zijn genezen. En als dat niet de verwachting was, moet worden uitgemaakt welke restverschijnselen nu wel, en welke niet aan de fout zijn toe te rekenen.

Het uitzoeken van deze causaliteitsdiscussie is één van de voornaamste aspecten van medische aansprakelijkheid die het behandeltraject van deze zaken vaak zo lang maakt.

 

Bewijslast

Wie eist, bewijst. Een benadeelde dient de ‘onrechtmatige daad’ aan te tonen. Een zorgverlener moet benadeelde daarbij in zoverre behulpzaam zijn dat hij inzichtelijk moet kunnen maken waaruit de door hem verstrekte informatie en de door hem verrichte handelingen hebben bestaan: de ophelderingsplicht. Hiervoor is een goede en zo volledig mogelijke verslaglegging in het patientendossier uitermate belangrijk (zie ook brochure: dossiervoering). Als niet aan de ophelderingsplicht kan worden voldaan kan de rechter namelijk besluiten om de bewijslast ‘om te draaien’. Dan moet juist de zorgverlener bewijzen dat hij zorgvuldig heeft gehandeld.